Waarom docenten vaardiger MOETEN worden in ICT

Waarschuwing: ik beantwoord bovenstaande vraag bevooroordeeld. Ik heb de functie van digicoach bij ons op school. Daarom zie ik veel ‘uitdagingen’ op dit gebied. En mensen worstelen. Dit artikel is daarom geen objectief stuk. Wel een alarmbel voor onderwijzend personeel en hun leidinggevenden. Het is misschien wel de grootste bedreiging van Werkrust.

Ik zie veel mensen worstelen met ICT.

Natuurlijk ben je niet het onderwijs in gegaan om de hele dag naar een scherm te staren. Waarschijnlijk had je ook niet verwacht dat er (inmiddels) zoveel ICT bij komt kijken. Als digicoach probeer ik collega’s te leren te werken met ICT toepassingen. Dit doe ik (samen met anderen) door het aanbieden van workshops, een nieuwsbrief en ad-hoc hulp. We merken dat, zeker in Coronatijd, er een flinke groei is in hulpvragen. Het thuisonderwijs zorgt voor urgentie, noodzaak zelfs. Er vielen me direct 4 grote verbeterpunten in de ICT vaardigheden van collega's. Verbeterpunten die (heel) veel Werkrust kunnen opleveren. Een samenvatting.


1. Tien vingers (blind) typen

Ik heb nog een typecursus gedaan. Op zo’n ouderwetse typemachine met inkt op een lint. Het kostte me bloed (letterlijk!), zweet en tranen. Toch ben ik tot op de dag van vandaag blij met deze vaardigheid. Onderzoek wijst uit dat mensen die blind kunnen typen met tien vingers gemiddeld 250 aanslagen per minuut kunnen halen. De ‘twee-vinger-typers’ redden er gemiddeld 135. Zij zijn dus de helft langzamer.

Dit verschil heeft grote gevolgen voor de onderwijsprofessional van tegenwoordig. We produceren veel tekst op een dag. Ga maar na: toetsen, verslagen, mails (veel!), instructiemateriaal etc… Zoals een kok baat heeft bij een scherp mes, zo is snel en foutloos kunnen typen een belangrijke vaardigheid voor een docent/leerkracht. Zeker als je twee keer zo snel kunt produceren als een collega.


2. Informatie archief

Hoe lang duurt het voordat je dat belangrijke mailtje of document kunt vinden? Een minuut, een kwartier of nog langer? Ik heb mensen gesproken die geregeld spullen zelfs kwijt raken. Wie hebben er last van als jij je zaakjes niet op orde hebt? Je leerlingen, ouders, collega’s? Het allerbelangrijkste is: het hoeft helemaal niet.

Net zoals een opgeruimde kledingkast je tijd scheelt, geldt dit ook voor je informatie archief. We krijgen tal van berichten, mails en documenten. Op papier en digitaal. Het loont zeker de investering om een nette mappenstructuur in je fysieke en online opslag te maken. Er zijn tal van sites die je hierbij kunnen helpen. Natuurlijk het kost wat tijd. Maar met een lekker muziekje op de achtergrond kan het een eenmalige rustgevende bezigheid zijn. Het levert je veel op: minder zoektijd, een opgeruimd imago, rust in je hoofd.


Hoe lang duurt het bij jou voordat je een document kunt vinden?


3. E-mail

Het is een terugkerend thema op deze site: mailverwerking. En met goede reden. Ik krijg gemiddeld 150 mails per week. Iedere schoolweek. Wanneer ik dus maar 10% effectiever word in de verwerking ervan betaalt zich dat al flink uit. En dat geldt voor heel veel onderwijsmensen. Mail is hèt communicatiekanaal tussen collega’s, ouders en leerlingen. En toch zie ik heel veel Werkrust verloren gaan. De 3 belangrijkste verbeterpunten:

  • Verwerk hooguit 3x per dag je mailbox. Zorg ervoor dat je niet geleefd wordt door je laatste bericht. In de tussentijd kun je je tijd besteden aan je werk.
  • Verwerk je mail direct. Verwijder ze, maak er taken van of stuur ze door. Zorg er in ieder geval voor dat ze niet in je Inbox blijven staan. Je doet dit toch ook niet met je post thuis?
  • Mail niet maar spreek. Een (telefonisch) gesprekje met iemand is veel effectiever dan een mailwisseling. En duidelijker. En vaak gezelliger.

4. Beheers je programma’s

Vorig jaar is onze school overgegaan van Microsoft Office programma’s naar de Google varianten. Dit tot groot protest van bijna het voltallige docentencorps. Ik ben helemaal opgegroeid met Word, Powerpoint, Excel etc… Het heeft een enorme impact als de programma’s die je het vaakst gebruikt niet meer beschikbaar zijn. Toch ging bij mij de knop om.

Ik geef dagelijks presentaties in de klas. Ik communiceer met mijn leerlingen (opdrachten, feedback) via een ELO. Al mijn toetsen zijn gemaakt met een tekstverwerker. Dit betekent dat ik heel wat ‘computer’ op een dag. Ik heb er dus belang bij dat ik er snel beter in word. Dat ik trucjes leer. Dat ik leer om tijd te besparen.

Vanaf het moment van ‘de beslissing’ ben ik cold-turkey over gegaan op de nieuwe programma’s. De enige manier om de nieuwe programma’s onder de knie te krijgen is ze veel te gebruiken. En natuurlijk heb ik een paar keer flink gevloekt als iets niet lukte. Of gewoonweg niet kon. Maar ik merk nu, een jaar later, dat het zijn vruchten afwerpt. Ik zie daarentegen ook mensen bij wie de problemen blijven. Die afhankelijk blijven van hulp. Waar leerlingen, collega’s en ouders merken dat dingen niet lekker lopen.  

En het hoeft niet. In het onderwijs hebben we een flinke budget voor scholing. We krijgen genoeg tijd om ons te ontwikkelen. Er zijn voldoende mogelijkheden om beter te worden. Ja het kost moeite en tijd. Maar dat kost het ook als je niets doet. En nog veel meer.

Geef een reactie