Multitask mythe
Boeken Praktijk

De Multitask Mythe: Waarom het alles slechter maakt

Multitasken voelt soms als een superkracht. Terwijl je de afwas doet, luister je naar een podcast over werkrust 🙂. Tussendoor check je nog even je mail, terwijl je kind vraagt of je een spelletje wilt doen. Klinkt productief, toch? Maar eerlijk: hoe vaak eindig je dan met half schone borden, een gemiste podcastclou en een kind dat inmiddels iets anders is gaan doen? Lees verder en zie waarom dit niet werkt. Maar ook wat wel.

Oliver Burkeman, auteur en voormalig columnist van The Guardian, dacht ook dat multitasken dé manier was om meer gedaan te krijgen. Totdat hij zich compleet opgebrand voelde. In een poging zichzelf te redden, besloot hij radicaal te stoppen met het combineren van taken. Geen podcasts tijdens het hardlopen, geen e-mails beantwoorden tijdens het autorijden. Gewoon focussen op één ding tegelijk. Het voelde in het begin ongemakkelijk, maar het werkte verrassend goed.

“Ik dacht dat multitasken me zou helpen méér gedaan te krijgen. Het tegendeel bleek waar.” – Oliver Burkeman

Dat multitasken productief voelt, is dus een beetje misleidend. Je denkt dat je veel tegelijk doet, maar eigenlijk ben je vooral aan het schakelen tussen taken. En daar gaat het mis.

Je brein is er gewoon niet voor gemaakt

Theo Compernolle legt in Ontketen je brein helder uit waarom multitasken zo lastig is. Je brein kan maar één complexe taak tegelijk aan. Wat we “multitasken” noemen, is eigenlijk razendsnel wisselen tussen verschillende taken. En dat is precies waar het fout gaat.

Je brein heeft een soort werkgeheugen — vergelijkbaar met het RAM-geheugen van een computer. Elke keer dat je van taak wisselt, moet je brein dat werkgeheugen leegmaken en opnieuw vullen met informatie van de volgende taak. Dat kost tijd en energie. Het gevolg? Trager werken, meer fouten en minder overzicht.

“Multitasken is geen teken van intelligentie, maar eerder van zelfoverschatting.” – Theo Compernolle

Burkeman verwijst naar onderzoek onder chauffeurs dat dit perfect illustreert. Slechts 2,5% van de mensen kan twee dingen tegelijk doen zonder prestatieverlies. De andere 97,5% doet beide dingen gewoon minder goed.

Multitasken is dus een beetje alsof je probeert te jongleren met te veel ballen tegelijk — uiteindelijk vallen ze allemaal op de grond.

Multitasken in het onderwijs: gegarandeerde chaos

In het onderwijs is multitasken bijna standaard. Terwijl je voor de klas staat, komt er een mailtje binnen over het rooster. Een leerling stelt een vraag, terwijl een collega in je oor fluistert dat het digibord het niet doet. Oh, en je telefoon trilt, want je groepsapp loopt over van de memes.

Het voelt misschien alsof je alles onder controle hebt, maar volgens Compernolle zorgt al dat schakelen juist voor minder overzicht. Elke keer dat je van taak wisselt, verlies je focus en energie. Je raakt sneller geïrriteerd, je maakt meer fouten en het voelt alsof je continu achter de feiten aanloopt. En het vervelende is: het lijkt alsof je druk bezig bent, maar eigenlijk schiet het niet op.

“In het onderwijs heb je al genoeg ballen in de lucht. Waarom zou je er nog meer proberen te vangen?”

Herkenbaar? Dan is het misschien tijd om het anders aan te pakken.

De dopamineval

Waarom blijven we dan toch multitasken als het zo slecht werkt? Simpel: dopamine. Elke keer dat je reageert op een melding of een taak afvinkt, geeft je brein een klein shotje dopamine af — hetzelfde stofje dat vrijkomt bij eten, seks of het winnen van een spelletje. Geen wonder dat het verslavend werkt.

Apps en notificaties zijn hier slim op ontworpen. Elke piep en trilling activeert je reflexbrein, waardoor je automatisch je telefoon pakt. Burkeman noemt dit het probleem van onze “altijd verbonden reflex.” We voelen ons bijna verplicht om direct te reageren, uit angst iets te missen.

In het onderwijs werkt dit precies hetzelfde. Die mail over het rooster voelt als dringend, maar is dat het echt? Het probleem is dat je brein niet meer weet hoe het moet onderscheiden tussen belangrijk en urgent. Alles voelt als een prioriteit — en daardoor doe je uiteindelijk alles half.

“Je brein is geen computer. Het is een meesterwerk — maar wel één met beperkingen.” – Oliver Burkeman

De multitask detox (ja, dat is even wennen)

Burkeman’s oplossing was verrassend simpel: doe minder, maar doe het beter. Geen podcasts tijdens het hardlopen. Geen telefoon tijdens het eten. Geen mail tijdens het lesgeven. Gewoon één ding tegelijk doen.

Klinkt saai? Dat is het in het begin ook. Maar het werkt. Na een paar weken merkte Burkeman dat zijn hoofd rustiger werd, dat hij meer genoot van simpele momenten en dat zijn werk beter werd.

Compernolle adviseert hetzelfde:

  • Maak blokken van ongestoorde werktijd – Zet je telefoon uit en focus je volledig op één taak.
  • Batch-taken – Verwerk e-mails en administratie in één keer, niet tussendoor.
  • Creëer bewust rustmomenten – Je brein heeft tijd nodig om informatie te verwerken. Maak daar ruimte voor.
  • Maak duidelijke afspraken over bereikbaarheid – Je hoeft niet altijd direct te reageren.

“Je hoeft niet meer te doen om meer te bereiken — je moet alleen slimmer werken.” – Theo Compernolle

Waarom single-tasken wél werkt

Single-tasken is niet alleen efficiënter, maar verhoogt ook de kwaliteit van je werk. Door je volledig te concentreren op één taak, werk je sneller, maak je minder fouten en worden je ideeën creatiever.

Een voorbeeld uit het onderwijs: stel dat je toetsen nakijkt. Als je dat geconcentreerd doet, ben je sneller klaar en zie je meer detail. Als je ondertussen je mail checkt, moet je steeds opnieuw in de stof duiken — en dat kost extra tijd.

Burkeman schrijft hoe hij zich uiteindelijk zelfs beter voelde door single-tasken. De stress nam af, hij genoot meer van simpele momenten en kreeg méér gedaan in minder tijd. Het geheim? Focus.

✅ 5 praktische tips voor minder multitasken

  1. Zet meldingen uit – Geen piepjes, trilsignalen of pop-ups. Je bepaalt zelf wanneer je reageert.
  2. Werk in blokken van 45 minuten – Daarna 5 minuten pauze voor maximale focus.
  3. Maak duidelijke afspraken over bereikbaarheid – Laat leerlingen en collega’s weten wanneer je wel/niet beschikbaar bent.
  4. Doe één taak tegelijk – Maak eerst je lesvoorbereiding af voordat je mails beantwoordt.
  5. Neem pauzes zonder scherm – Je brein verwerkt informatie pas echt als je even niets doet.


Ontdek meer van Werkrust | Ontspannen werken in het onderwijs

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ontdek meer van Werkrust | Ontspannen werken in het onderwijs

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder